Synopsis

Genaaid en ingebonden, 96 bladzijden, 22*22 cm, harde kaft, 128 foto’s z/w, 36 kleur, w.o. (topografisch) beeldmateriaal, ca. 80% beeld, 20% tekst, (w.o. kaarten). Voorwoord van Ad van Bemmel, hoofdstukken conform tentoonstelling Wijk 700, een en ander gelardeerd met korte interviews, opmerkingen van oud-schippers.

Wijkse Waterwegen

In de Middeleeuwen liep de Rijn langs het toenmalige Dorestad naar Utrecht en mondde bij Katwijk uit in zee. In de grote bloeiperiode was Dorestad de mainport van Europa. Na de afdamming van de Rijn bij Wijck, in 1122, werd de Lek, eerst een onbeduidend stroompje, de belangrijkste afvoer naar zee. Ook in de laatste eeuwen hebben de waterwegen rondom Wijk vele veranderingen doorgemaakt. Rond 1870 werd de grote bocht rondom de Roodvoet afgesneden en later werd er nog een keer dwars door de Gravenbol gegraven (kaarten). Al in 1880 werden er plannen gesmeed maar pas tussen 1933 en 1954 is het Amsterdam-Rijn Kanaal daadwerkelijk gegraven. Tussen 1935 en 1941 werd een gigantisch sluizencomplex (Prinses Irenesluizen) gebouwd. Dit is nu nog de grootste binnenvaartsluis van Europa. Hoewel Wijk aan de Rijn/Lek ligt is het nooit een belangrijke havenstad geworden. Naast het ophalen van rijshout en in het najaar de suikerbieten, werd de haven, net als nu, gebruikt voor de overslag van zand en grind. De laatste tientallen jaren wordt de functie en charme van de rivier steeds meer ontdekt door de recreatievaart.

Schippers van de Krommerijn.

De Kromme Rijn was altijd een lastige rivier. De sterk kronkelende stroom slibde voortdurend dicht en moest dan weer uitgebaggerd worden. Alleen speciale vaartuigen, de Krommerijnders, konden er varen. Naast het vervoer van ondermeer fruit vond ook passagiersvervoer plaats met de trekschuit. Dit was tussen 1600 en 1900 een gebruikelijke reismogelijkheid. De reistijd van Wijk naar Utrecht bedroeg ongeveer 4 uur. Dinsdags en zaterdags (marktdag) waren er afvaarten. Eind 19e eeuw nam het belang van deze verbinding steeds verder af. De dienstregeling van de diligences verbeterde en vanaf 1885 reed de stoomtram van Wijk via Cothen en Nederlangbroek naar Doorn. In 1867/68 werd de Kromme Rijn ingezet voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Daarbij werd een nieuw stuk bedding gegraven vanaf de Nederrijn, met de Inundatiesluizen en kolk. Wijk had vanouds een haven met een kade aan de Kromme Rijn. Deze is in 1876 gedempt. Ter hoogte van het huidige Walplantsoen werd een nieuwe havenkom gegraven die echter in 1921 alweer grotendeels gedempt werd en in 1935 geheel verdween. Er was een bloeiende beurtdienst. Het huidige pand van Vermeij was een fruitpakhuis.

Gat van de Lek

De haven van Wijk bij Duurstede kreeg rond 1900 zijn huidige vorm door het aanleggen van een strekdam. Voor die tijd stroomde de rivier pal langs de molen Rijn en Lek en de beermuur. De bedrijvigheid bestond uit de aanvoer en afvoer van lokale producten en benodigdheden: stukgoed, graan, bakstenen die op de tram geladen werden voor vervoer naar het binnenland, schepen die zand en grind aanvoerden, wat nog steeds gebeurt, of die rijshout kwamen halen voor de Rotterdamse havenwerken. Voor het vervoer van agrarische producten wordt de haven niet meer gebruikt, nu leggen geregeld grote passagiers schepen aan. Ook Sint Nicolaas maakt gebruik van de Wijkse haven. Het havengebied was ook van oudsher de plek waar woonwagens een plekje vonden. Bij hoogwater moesten ze tijdelijk verkassen naar het Walplantsoen.

Scheepsmakerij te Wijk

Buiten de stadsmuur werd in 1855 een scheepstimmerwerkplaats gevestigd waar ondermeer houten bijboten (‘Hollandse Vlieger’) gemaakt werden. De onderneming van Hendrik van den Hurk werd later door zijn zoons Jan (1906 – 1978) en Henk (1907 – 1979) van den Hurk voortgezet. Volgens een krantenknipsel uit de Wijkse Courant werd in 1958 het honderdjarig bestaan van het bedrijf gevierd. Zo’n 20 jaar geleden werd de zaak door de toenmalige knecht, Willy Buunen, overgenomen. Een paar jaar later kwam Frans Pisano ook in de zaak. Sinds 1991 wordt de onderneming gedreven voor rekening van Pisano. Momenteel zwaaien de gebroeders Van Rossum de scepter.

Wijkse Veer

Al in de 13e eeuw werd het veer genoemd dat het mogelijk maakt om van Rijswijk de Lek over te varen naar Wijk. Oorspronkelijk legde hij aan bij de Waterpoort maar later kwam hij op de huidige locatie te liggen. Het huidige veerhuis (1873) is een vervanging van het oude veerhuis uit 1695. Later diende het als burgemeesterswoning en tegenwoordig is het een woonhuis.

Parlevinkers

De bevoorrading van de binnenvaart gebeurde vroeger door parlevinkers: bootjes die alle eerste levensbehoeften aan boord hadden, aardappelen, bier, melk, eieren, suiker, maar ook wel truien, overalls, onderbroeken, dweilen. De Wijkse familie Van Koolwijk bezat zo’n parlevinker. Voor de tijd van de gemotoriseerde scheepvaart had je de roeiers. In de hoogtijdagen van de parlevinker moest een sleepkast, van Amsterdam op weg naar Duitsland, soms wel 6 of 7 schuttingen wachten voordat de sluis gepasseerd kon worden. Op zo’n sleepkast van 2000 ton woonden in die tijd twee gezinnen en een knecht. Er werd flink ingekocht want de reis naar het Ruhrgebied, op sleeptouw achter een sleepboot waar ook nog een gezin op woonde, kon wel een week of twee duren. Tegenwoordig gaat een dergelijke reis met een grote duwboot in een dag of drie en zijn nog maar drie mensen aan boord nodig. Na de opkomst van de duwvaart en de bouw van de tweede sluis was het afgelopen met het parlevinken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.