geWoonboot

Afgelopen zaterdag naar de geWoonboot geweest. De Triodosbank heeft hier geld ingestoken (dus ook mijn geld) en organiseerde een open dag. In een filmpje legt Pauline Westendorp, initiatiefneemster van stichting opgewekt. nu, uit hoe een en ander werkt.

De geWoonboot is een unieke en duurzame plek in Amsterdam. Bedrijven en particulieren kunnen de boot gebruiken als kennis-, werk-, vergader- en traininglocatie. De GeWoonboot voorziet het grootste deel van de energiebehoefte zelf door middel van waterzuiverings- en energieopwekkingsinstallaties die aan boord zijn. Alles wat er op en rond de boot gebeurt, expertmeeting of diner, heeft te maken met duurzaamheid.

Ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van één van haar voorvaderen, Woonstichting Eenvoud uit Kampen, ontwikkelde deltaWonen in 2006 een nieuw woonproduct voor de toekomst; de zelfvoorzienende geWoonboot. De geWoonboot is een ontwerp van architect Henk de Velde en bestaat uit een enkele verdieping van 120 vierkante meter. De geWoonboot is de eerste zeer energiezuinige woning in Nederland die volledig onafhankelijk is van nutsvoorzieningen. Met de ontwikkeling van de geWoonboot wil deltaWonen aandacht vragen voor de mogelijkheden van selfsupporting wonen op water. Ons land bestaat immers voor 25 procent uit water. Later werd de geWoonboot verkocht aan de Amsterdamse woningcorporatie De Key.

Joan Kramer en Jan Huisman zijn de huidige eigenaren van de boot die verankerd ligt aan de innovatieve en creatieve NDSM-werf in Amsterdam. http://www.gewoonboot.nl

Unplugged

Afgelopen woensdag naar Maastricht afgereisd om de Autarkhome te bekijken, een drijvende woning in de Maas bij de St. Servaasbrug die geen aansluitingen behoeft voor gas, licht, water of riool. De ontwerper/architect is Pieter Kromwijk. De muren zijn opgebouwd uit 50 cm dik piepschuim (geëxtrudeerd polystyreen). Op het dak 24 (IBC solar, 265 Wp) zonnepanelen, goed voor ongeveer 5000 kWh per jaar, en 6 zonnecollectoren voor warm tapwater en vloerverwarming. Drinkwater wordt door middel van omgekeerde osmose zelf gemaakt uit het Maaswater en het gebruikte water wordt eerst gezuiverd (Afmitech) alvorens het weer terug de Maas in gaat. De stroom wordt opgeslagen in 24 lood-gel accu’s  en een tank van 4 m3 dient als opslag voor het warme water. Vloeroppervlak is netto 128 m2 en bruto 175 m2 (veel buitenterras). Het geheel weegt 130 ton, diepgang 1.40 m. Voor elektrische back-up is een dieselaggregaat voorzien maar die was nog niet in de kelderruimte aanwezig. Totale kosten bedragen tussen de 2 en 2.5 ton euro. De Autarkhome is een mooi voorbeeld van een ontwikkeling die de laatste jaren sterk in opkomst is: zelfvoorzienende woningen, gebouwen of zelfs hele gemeenschappen. De grote centrale systemen van energievoorziening, informatieverstrekking, voedselvoortbrenging zijn op hun retour. Of zoals we vroeger zeiden: power to the people.

Energienotaloze woning

De energienotaloze woning. Beetje ingewikkeld woord wel maar precies waar het om gaat: woningen zodanig bouwen of renoveren dat de energierekening (normaal circa € 2000 per jaar) nul wordt, 0, nada. Gister inspirerende bijeenkomst in Bo-Ex kantoor op Kanaleneiland Utrecht, georganiseerd door de NMU. Jan Willem van der Groep, programmaregisseur van Energiesprong SEV,  hield een spannend, inspirerend en af en toe prikkelend verhaal. Er kan veel meer dan we nu denken en doen. Het moet en kan anders. Een gemiddelde woning, die overigens in de praktijk vele jaren langer mee gaat dan in de boeken staat, kan voor een zeer aanzienlijk budget ingrijpend gerenoveerd worden tot notaloze woning als je al die energiekosten die je de komende 15 jaar niet meer hebt, nu investeert. Bovendien gaat de waarde van de woning en de levensduur omhoog. Dat betekent winst voor de corporatie (waardevastheid, verhuurbaarheid), winst voor de huurder (geen energielasten), winst voor de gemeenschap (veel werk, banen in de renovatiebouw) en winst voor het milieu (geen emissies). Je moet wel slimmer aanbesteden en slimmer bouwen, dan kunnen de kosten met wel 40% omlaag. Vooral als je slechte woningen (energielabel G) naar klimaatneutraal renoveert heb je veel mogelijkheden. Mark Schweitzer van Finance Ideas, rekende voor dat het rendement van je investering wel 5% kan bedragen, een getal waar pensioenfondsen hun lippen bij aflikken. Ook onze eigen woningbouwcorporatie Volksbelang was van de partij. Ben benieuwd wat we met deze nieuwe manier van denken en renoveren kunnen in Wijk bij Duurstede…

Hassailt

Op maandag de 23e juli de oude Brons uit 1923 weer gestart, op weg naar Hasselt voor de jaarlijkse reünie en zomervergadering van de LVBHB. Eerste etappe gaat tot Arnhem, met vast bemanningslid en 1e stuurman Iris en passagier Hanna. Dinsdagochtend J. van station gehaald en op weg naar Zutphen waar ‘s avonds K. arriveert. Woensdags naar Deventer en donderdag door naar Hasselt waar al zo’n 170 oude bedrijfsvaartuigen aangekomen zijn. Er is een plek voor de Jeanette gereserveerd aan de wal bij het “Diamanten Bolwerk”. Vanwege de wind wordt uiteindelijk noodgedwongen Plan C uitgevoerd, toch maar eens serieus naar een boegschroef kijken… Op vrijdagochtend een bijeenkomst in de Terra Nova van het Schepencarroussel, een goed initiatief om schepen en ligplaatsen aan elkaar te koppelen zodat ons varend erfgoed een beetje in beweging blijft.  En de mannen van Admiraal maken de laatste klusjes af die nog resteerden van de brand. ‘s Avonds met Katheline naar de zomervergadering. Zaterdag op de kade diverse demonstraties van het oude handwerk: zand lossen met een zelflosser, takkenbossen lossen en laden, oude tractoren, vis roken (ja, vis kan je roken), vis bakken bij de zalmschouwen die een week geleden nog in Wijk bij Duurstede waren. Schippersmaal op de jachtwerf naast Bodewes. Veel aanloop van vrienden en bekenden. Marleen, Pim & Mia, Tineke & Tom & kinderen. Gezellig. Mooi weer ook.

Maandag zetten we koers naar Kampen waar Tineke, Roos en Tycho afstappen. Dinsdag varen schipper en 1e stuurman door naar Elburg, een prachtig oud vestingstadje. Woensdagochtend komt Jola ontbijten. Donderdag  verder naar Spakenburg, voor anker ten oosten van de havenmonding. En vrijdag bereiken we Amsterdam waar we onze inmiddels vertrouwde plek weer innemen aan de Veemkade. Wat is het Oostelijk Havengebied toch een prachtig stuk stad geworden. Na een heerlijk weekeinde in onze hoofdstad leggen we maandag in 8 uur de laatste kilometers af via het Amsterdam Rijn Kanaal naar Wijk bij Duurstede, onze thuishaven. In totaal 48 motoruren ofwel circa 340 liter diesel verstookt.

Brand

Af en toe denk je: “ik moet er niet aan denken dat mijn huis afbrandt”. De plek waar je woont, werkt, slaapt, je thuis voelt. Maar ja, soms gebeurt het toch. Op 15 mei in de namiddag om 15:00 uur, om precies te zijn. Omdat het de hele dag kil bleef de oliekachel aangemaakt. Hij kwam moeizaam op gang maar toen hij eindelijk aan was, ging ie ook echt goed. Te goed want de schoorsteen werd zo heet dat er binnen in de holle wand vuur ontstond. En voor je het weet staat de hele boel in de hens. Ik had wel eens filmpjes gezien van het ontstaan en de ontwikkeling van een goeie brand. Dat gaat, na een periode dat het langzaam op gang komt, ineens heel snel en hard. Dus na een eerste brandblusser leeggespoten te hebben 112 gebeld. Maar voordat die er waren sloegen de vlammen al uit de luikenkap. De 2e brandblusser die ik in dichte rook ook nog maar leeggespoten had in de brandhaard kon daar niet veel aan verhelpen. Al snel kwamen er 2 brandweerwagens, politie, een ambulance, journalisten en voor de zekerheid ook nog een auto met een bootje op de aanhanger. Guus en Jan komen even kijken.

Wat kan er in korte tijd een ongelofelijke puinhoop groeien uit wat eerst een geordend geheel is. Ramen kapot, luiken verbrand, kabels doorgebrand en kortgesloten, elektrische installatie naar de knoppen en een doordringende brandlucht die niet van plan is om zomaar op te stappen. Iemand van Salvage komt om de eerste zaken te regelen. Zoals meteen s’ avonds de elektriciteit provisorisch weer aansluiten. Dan voel je hoe afhankelijk we van die voordurende beschikbaarheid van energie zijn. En de luikenkap gedicht. Kunnen we blijven of naar een hotel? We blijven. Volgende dag de verzekeringsexpert. Container laten komen. De eerste zooi opruimen, samen met Iris. Daarna de rest van de werkplaats uitruimen: “heb je dit de laatste 5 jaar nog in je handen gehad? Nee? Weg ermee!” Timmerlui regelen, elektriciën bestellen, nieuwe brandblussers laten komen. Dan wordt de puinhoop nog een keer weer groter: tussenwand eruit, nieuwe wand erin, spullen aan de kant, schoonmaken, opnieuw verven.

En dan, eindelijk, eind juni, is alles weer bijna hersteld. Nog 2 nieuwe lichtluiken aanbrengen, drempel en een beetje verven maar dat doen we in Hasselt waar de firma Admiraal zit. Planken en kasten moeten nog beter ingeruimd. En de kunstwerken van Mia moeten hersteld.

 

Achterlijker dan dwars

Afgelopen dinsdag 19 juni ingesproken bij de Raad van Wijk bij Duurstede. Op de agenda stond de uitslag van de gemeentebrede  enquete (bureau de Heer & co) naar de wenselijkheid van duurzame energie, waaronder windenergie, en de verschillende mogelijkheden om aan de doelstelling van “Wijk klimaatneutraal in 2030” te voldoen (Arcadis). Bedoeling van de avond was dat de Raad kennis kon nemen van deze resultaten, insprekers aan zou horen en op basis daarvan een mening zou vormen. Helaas liep het anders en meenden een aantal politieke partijen een motie aan te moeten nemen die het Raadsdebat in de kiem smoorde en plaatsing van windturbines al bij voorbaat uitsloot. Politiek als drama. Een collegepartij die door haar coalitiepartners werd geschoffeerd. Een fractievoorzitter die tegen zijn eigen overtuiging in zijn partij tegen windmolens liet stemmen. Hét moment om leiderschap en lef te tonen. Partijen die uit protest de vergadering verlieten. Een motie die opriep om af te zien van windmolens. Een motie die opriep om toch in 2030 klimaatneutraal te zijn. En lagere energieprijzen wil voor 2030 (en geen gratis bier?). Achterlijker dan dwars.

De informatie-avond op 4 april was druk bezocht. In de weken daarna werd op straat en in de media de discussie gevoerd waarbij de tegenstanders van windmolens zich het luidst lieten horen. Feiten speelden in deze discussie nauwelijks een rol (“windmolens draaien op subsidie”, “meer CO2 mèt molens dan zonder” etc.).

Afgelopen dinsdag traden, naast mij, een stuk of 7 insprekers op, zowel voorstanders als tegenstanders. Als bezorgde inwoner van Wijk en burger van dit land en deze wereld heb ik de Raad bekend dat ik wèl geloof hecht aan al die duizenden wetenschappers die zeggen dat ons klimaat onherstelbaar aan het veranderen is, dat het misschien al te laat is, dat de wal het schip zal keren. En dat de toestand dus in ieder geval urgent is. Bovendien geloof ik in eigen verantwoordelijkheid, dus niet zeggen dat “anderen” het maar op moeten lossen of “elders” of dat de technologie het “later” wel zal fixen. Vanuit die gevoelde betrokkenheid werk ik al ruim 30 jaar in de duurzame energie sector en weet ik dat grootschalige veranderingen zomaar 25 jaar vergen voordat er een duidelijke omslag is. Maar nu is de sector volwassen, in Duitsland zijn honderdduizenden banen in de duurzame energie en vormt het een steeds groter deel van de economie. En dat geldt voor veel meer landen in de wereld (nee, die zijn niet allemaal gek…).

Voor Wijk bij Duurstede zijn vooral wind en zon van belang. Zonne-energie is voor huishoudens nu al rendabel toe te passen, stroom uit eigen dak is goedkoper dan uit het stopcontact. Dat komt vooral doordat er boven op de kostprijs van grijze, fossiele stroom nog eens transportvergoeding, energiebesparing en BTW geheven wordt. Maar om met zonnepanelen Wijk klimaatneutraal te krijgen moet je alle geschikte daken vol leggen en ook nog een flink deel van onze weidegronden. Dat krijg je niet op redelijke termijn georganiseerd. Windturbines daarentegen zijn nu al kosteneffectief, zijn in een jaar of 5 te plaatsen en met een stuk of 5 van die 3 MW turbines kan je alle huishoudens van stroom voorzien. De meeste bezwaren zijn te ondervangen of te compenseren. Wat blijft is of je ze mooi vind of niet. Of je ze vind passen in ons Kromme Rijnlandschap.

Maar het Amsterdam-Rijn Kanaal is ook nooit aangelegd omdat we dat zo mooi vonden. En hoogspanningslijnen of snelwegen die ons landschap doorkruisen zijn daar ook niet gekomen omdat we dat zo mooi vinden. Ze zijn er gekomen omdat we vonden dat ze nodig waren. En dat geldt ook voor windmolens. Welke sommetjes je ook maakt. We kunnen nog even niet zonder als we echt serieus zijn met onze klimaatdoelstelling. En de hele gemeenteraad heeft een paar jaar geleden met die doelstelling ingestemd. Dus probeer windenergie als een kans te zien. Een kans op banen, geld, leveringszekerheid, onafhankelijkheid. Ga niet met je rug naar de toekomst staan. Wees niet als dat kleine dorp in Gallië dat nog manmoedig verzet bood tegen de Romeinen. Want anders komen ze wel aan de overkant te staan, van het kanaal, van de rivier. En dan hebben we wel de lasten maar niet de lusten. Dus grijp die kans en regel het goed zodat de gemeenschap van Wijk er wel bij vaart.

Het mocht niet zo zijn. Maar toch. Als de gemeenteraad de motie die nogmaals oproept tot klimaatneutraal in 2030 echt serieus genomen wordt dan staat ons misschien nog een mirakel te wachten. Maar dan moeten wel alle handen aan dek. En dat moeten we dan wel plannen. Met een routekaart en ijkpunten. En maatregelen in petto hebben voor als we die tussendoelen toch niet halen…. Dan hebben we het niet langer over achterlijker dan dwars maar over het Wonder van Wijk!

 

Alles stroomt

Op zaterdag 28 april weer vroeg op, net als vorig jaar met de bus naar Val Sinestra: een week lang onderdompelen in tango en wandelen. Om 7:00 uur bus 41 in, om 23:00 uur eindelijk aangekomen. Wat onderweg opvalt: de vele windmolens en gele koolzaadvelden maar vooral al die daken met zonnepanelen: stromingsenergie leeft in Duitsland.

Het voormalige kuuroord ligt op 1500 meter hoogte en het voorjaar is nauwelijks begonnen. Maar de bergen ontwaken. Overal nog resten sneeuw en pal daarnaast prachtige voorjaarsbloemen: wilde krokussen, viooltjes, anemoon. Indrukwekkend zoals extremen hier bij elkaar komen. De machtige bergen, de eeuwige cyclus van het water, het tere leven dat ieder jaar opnieuw zijn kop opsteekt. Overal murmelt, ruist, klatert en bruist het water van de berghellingen, het begin van een lange weg naar uiteindelijk de zee.

Het was weer heerlijk om een hele week niks anders te doen dan wandelen door de bergen, mijmeren, kijken en tango. En de veranderingen in mijn eigen leven overdenken en doorvoelen. De hele week was er ook een heus tango orkest mee: Del Mosa. Overdag oefenen en s’ avonds speelden ze op de Salon. Wonderlijk hoe een groep onbekenden in een week bijna familie wordt. En aan het einde van de week het gevoel: nadat ik de afgelopen anderhalf jaar eerst het tuinhekje opende, het paadje naar de voordeur opliep, op de stoep stond en aanbelde, is nu de deur naar het huis van de tango opengegaan en sta ik in de hal…..

Drijvend Dorp Pampushaven

Zaterdag met Marianne naar Amsterdam getogen, naar de KIS galerie van Jan Muller. Daar was een heel stel al dan niet voormalige binnenvaartschippers en andere bezitters van drijvend materieel bijeengekomen om te brainstormen over Jan’s idee om een drijvend dorp in Pampushaven te realiseren, bij Almere. Ook waren er jongeren van het collectief dat Jan graag aanduidt met de Peter Pan Groep: een energieke club  van zo’n 80 werkende en studerende mensen, met nog eens een netwerk daar omheen van 200. De eerste groep heeft ruimte, beter gezegd scheepsruimen, de andere groep zoekt werk- en leefruimte. Beiden zoeken ze plek. Misschien eerst Pampushaven voor een proefperiode van 10 jaar, bij succes is het concept elders te reproduceren. Een eerste stap is al gezet doordat Floating Life een aantal drijvende gebouwen afgemeerd heeft in de haven. Ook in Rotterdam in het kader van de Urgenda wordt gewerkt aan drijvend wonen en werken. Studenten zijn in de weer met allerlei concepten. De tijd is er rijp voor.

Dat schepen eigenlijk drijvende bedrijfshallen zijn merkte ik toen ik 32 jaar geleden voor het eerst met een ladder afdaalde in het ruim van mijn eigen historische vrachtschip. Dat die ruimen gigantische afmetingen aan kunnen nemen zag ik bij het 2000 ton metende sleepschip dat jaren bij de watersportvereniging Rijn & Lek in Wijk bij Duurstede lag.

Het idee is dat oude historische binnenschepen en pontons, net als dat eerder gebeurd is met oude bedrijfshallen, kantoren en fabrieken, nog heel goed een 2e leven kunnen beginnen als goedkope woon- en werkruimte voor starters, creatievelingen, ambachtelijke bedrijven. Met als bijkomend voordeel dat het geheel verplaatsbaar is. Het begrip ‘place making’ kan hier heel letterlijk genomen worden. En omdat er inPampushaven geen enkele voorziening is en omdat tegelijkertijd schepen altijd al in hoge mate zich zelf kunnen redden ligt het voor de hand om een volledig zelfvoorzienend drijvend dorp te maken. Met eigen energie-opwekking en distributie door zon, wind, biomassa en een slim net. Met een eigen drinkwaterfabriek en afvalwaterzuivering. Misschien ook wel met eigen drijvende moestuinen, kippen en viskweek. En natuurlijk de bijbehorende terrassen, restaurant, vergaderruimte, werkplaatsen, podia.

Een droom? Ja, maar wel een droom die op korte termijn werkelijkheid kan worden. De schippers geloven erin. De Peter Pan Groep heeft er zin in. De ambtenaren die we spraken in Almere zijn positief. Zou het lukken? Jan Muller zijn laatste puzzel….

Dag van de Stadslandbouw

Gister al om 6 uur op om naar Almere te gaan, waar de eerste Dag van de Stadslandbouw georganiseerd werd. Volgend jaar 7 maart de tweede aflevering: in Rotterdam. Kennelijk had de machinist zich wél verslapen zodat ik de toespraak van Annemarie Jorritsma gemist heb. Jammer, want naar verluid vertelde ze erg blij te zijn met de prachtige Stadsboerderij van Tineke en Tom op de Kemphaan. Daar in die hoek (Oosterwold, 3000 ha) zou ook de realisatie van Agromere plaats moeten vinden, een agrarisch woon-werk landschap van zo’n 250 hectare.  Uiteindelijk zou Oosterwold 10% van het voedsel voor de  toekomstige bevolking van Almere (zo’n 350.000 inwoners) kunnen leveren. Stadslandbouw past ook goed bij de Almere Principles, een eenvoudige set van uitspraken die sterk beïnvloed zijn door het cradle to cradle denken.

Jan Ferwerda, algemeen directeur van PLUS retail, liet zien hoe de Plus coöperatie duurzaamheid in de voedselketen bevordert, het belang van de drieslag gemak, genot en gezondheid en de noodzaak om voedselverspilling terug te dringen (nu 40 tot 50%!).

Wayne Roberts, van Toronto Food Policy Council, was ingevlogen om te verhalen over de vele voordelen van “urbal cities” (urban/rural). En dat doet ie bevlogen. Omdat het in de stad warmer is dan daarbuiten en daarmee ook het groeiseizoen langer is, kan je andere teelten doen. Voedsel kan je als een hefboom voor verandering inzetten (“rise up”). Met stadslandbouw krijgen vergeten groenten en kwetsbare fruitsoorten weer een kans. Uiteraard gaan transportkilometers omlaag, verbetert de luchtkwaliteit en neemt de sociale samenhang toe en criminaliteit af. Mensen gaan zorgvuldiger om met plekken die ze als van hunzelf beschouwen. Stadslandbouw verschijnt in alle soorten en maten (“match box farms”). Eén van de zes daken is plat en daarmee mogelijk interessant voor landbouw of tenminste een groen dak. De krimp waar steeds meer steden in het Westen mee te maken krijgen, biedt extra kansen voor stadslandbouw. Private goodies en public goods kunnen samengaan in stadslandbouw; we hebben beide nodig: “bread and roses”. Het gaat volgens Wayne over bonding & bridging: stadslandbouw kan mensen en aarde weer verbinden. En over spaces & species. In feite is de biodiversiteit in de stad veel groter dan buiten de stad: de variatie in hoogte, vochtigheid, temperatuur, bezonning, wind, is heel groot in de stad. Ook bijen en vlinders gedijen beter in de stad. Wordt stadslandbouw “the new normal”? En naast de people en de planet levert iedere euro in stadslandbouw ook nog eens 5 euro profit in andere bedrijfstakken op. In feite kan landbouw één groot win-win-win verhaal zijn: “food is joy”, aldus Wayne Roberts. Stadslandbouw is geen hype maar een uiting van een brede onderstroom die, misschien in reactie op de toenemende globalisering en anonimisering, weer controle wil krijgen over het eigen leven en de eigen voeding. Historisch gezien is de scheiding van voedselproductie en voedselconsumptie, of de scheiding tussen stad en ommeland, zoals we die de laatste eeuw zien, misschien wel een voorbijgaand verschijnsel.

In de middag sessies bezocht van woningbouwcorporaties Ymere en Havensteder die beweegredenen en voorbeelden toonden waarom zij met stadslandbouw, of liever gezegd buurtmoestuinen, aan de slag zijn gegaan. Het gaat daarbij vooral om het tegengaan van verloedering van onbebouwde percelen, bevordering van de leefbaarheid in de wijk en “place making”: het opwaarderen van in onbruik of ongenade gevallen plekken of gebieden. Vaak is dat gebruik tijdelijk en een discussiepunt is dan ook vaak of die tijdelijkheid lang genoeg duurt om investeringen in stadslandbouw rendabel te maken. En trouwens, voor wie is dan de winst die dank zij dat “place making” later gemaakt kan worden, zoals bijvoorbeeld naast Villa Augustus in Dordrecht? We gaan het zien op de Marconistrip in Rotterdam de komende jaren!